Keramische tegels en antislip veiligheid

Eigenschappen in verband met de veiligheid

De belangrijkste eigenschap in verband met veiligheid is de antislipwaarde. Hiervoor bestaan verschillende normen waarin de antislipwaarde is vastgelegd:

  • Antislipgroep 1

Vloeroppervlakken in natte ruimtes die blootsvoets betreden worden

Groep A
- Over het algemeen droge vloeren, kleedruimtes, enz.
- Zwembadbodems in het ondiepe gedeelte bij een waterdiepte van meer dan 80 cm
- Hellingen tot een hoek van 12 graden

Groep B
- Doucheruimtes
- Zwembadperrons
- Zwembadbodems bij een waterdiepte van minder dan 80 cm
- Plonsbaden, in het water lopende trappen met leuning (max. 100 cm breed)
- Hellingen tot 18 graden

Groep C
- In het water lopende trappen die niet onder groep B vallen
- Doorloop- of waadbakken
- Ruimtes met een hoge risicofactor
- Hellingen tot 24 graden

  • Antislipgroep 2

Hierbij horen de antislipwaarden voor openbare gebouwen. Deze worden getest volgens de z.g. 'Schiebe Ebene’-methode. Daarmee wordt de antislipwaarde gemeten aan verschillende hellingsinstellingen. De slipvertragende eigenschappen of stroefheid van een vloer wordt uitgedrukt met de letter R en een cijfer naargelang de hellingsgraad:
R9 : 03-10 graden
R10 :10-19 graden
R11 :19-27 graden
R12 :27-35 graden
R13 :> 35 graden

  • Antislipgroep 3

Tot deze groep horen de tegels met waterverdringingsruimtes (nokkentegels). De mate van waterverdringing wordt uitgedrukt in cm3 water per dm2. De waardes worden uitgedrukt  met de letter V en een cijfer die de waarde aangeeft.

 

Share this
Nog geen beoordelingen